Blog
ROPA-methode: epigenetica en op wie de baby lijkt
Inhoudsopgave
De ROPA-methode — Reception of Oocytes from Partner, oftewel het ontvangen van eicellen van de partner — heeft de manier waarop vrouwelijke koppels het moederschap samen kunnen beleven ingrijpend veranderd. Toch is er één vraag die vaak wordt gesteld door koppels die deze behandeling overwegen: op wie zal de baby lijken bij de ROPA-methode? Kan de moeder die de zwangerschap draagt invloed hebben op de ontwikkeling van het embryo, ook al levert zij de eicellen niet? En welke rol speelt de spermadonor?
Het antwoord ligt in een combinatie van genetica, donorkeuze en epigenetica.
In dit artikel leggen we uit hoe de ROPA-methode werkt, welke rol epigenetica speelt, hoe de spermadonor wordt gekozen en welke misverstanden er bestaan over de gelijkenis van de baby bij dit type fertiliteitsbehandeling.
Epigenetica bij de ROPA-methode begrijpen
Lange tijd werd gedacht dat de fysieke en biologische gelijkenis tussen moeders en kinderen uitsluitend afhing van genetische aanleg. Recent onderzoek naar epigenetica laat echter zien dat het verhaal veel complexer — en veel bijzonderder — is.
Epigenetica onderzoekt hoe externe factoren, zoals de baarmoederomgeving, invloed kunnen hebben op de manier waarop genen tot uiting komen, zonder dat het DNA zelf verandert. Dat betekent dat de moeder die de zwangerschap draagt, ook wanneer zij de eicellen niet heeft geleverd, invloed kan hebben op de ontwikkeling van het embryo en op het activeren of juist uitschakelen van bepaalde genen.
Een duidelijk voorbeeld zien we bij aandoeningen van de zwangere moeder, zoals obesitas of diabetes type 2, die rechtstreeks invloed kunnen hebben op de ontwikkeling van het embryo. Dit soort interactie noemen we epigenetische modulatie.
Bovendien begint deze uitwisseling al vóór de innesteling. Bij de ROPA-methode, net als bij behandelingen met eiceldonatie, scheidt de baarmoederwand van de zwangerschapsmoeder vloeistoffen af die rijk zijn aan microRNA’s: kleine moleculen met genetische informatie die door het embryo worden opgenomen. Deze microRNA’s werken als boodschappers. Ze beïnvloeden welke genen worden geactiveerd of uitgeschakeld, bevorderen de innesteling en kunnen effect hebben op belangrijke biologische functies van de baby.
Dit verklaart waarom veel baby’s die geboren worden na eiceldonatie of via de ROPA-methode bepaalde kenmerken kunnen delen met de moeder die de zwangerschap heeft gedragen. Niet door directe genetische overdracht, maar door de intense biologische communicatie die al vanaf het allereerste moment van het leven in de baarmoeder plaatsvindt.
Hoe genetica bepaalt op wie de baby lijkt
Dan komen we terug op de belangrijkste vraag: op wie lijkt de baby bij de ROPA-methode? Vanuit genetisch oogpunt erft de baby het DNA van twee personen:
- de moeder die de eicellen doneert, van wie de genetische informatie aanwezig is in het DNA van het embryo;
- de spermadonor, die eveneens genetisch materiaal bijdraagt aan het embryo.
Maar zoals we hierboven hebben gezien, speelt ook de moeder die de zwangerschap draagt een belangrijke rol. Via epigenetische processen kan zij beïnvloeden hoeveel van die genen tot uiting komen.
Bij Tambre besteden we bovendien veel aandacht aan de keuze van de spermadonor. Daarbij zoeken we naar een donor met een fenotypische gelijkenis met de moeder die de zwangerschap zal dragen. We kijken onder meer naar kenmerken zoals huidskleur, oogkleur, haarkleur, lichaamsbouw en bloedgroep.
Hoewel de zwangerschapsmoeder dus geen DNA aan het embryo geeft, oefent zij wel een biologische invloed uit die zichtbaar kan worden in bepaalde biologische aspecten en zelfs in sommige kenmerken van de baby.
Op die manier wordt de kans groter dat de baby fysiek op beide moeders lijkt. Dit helpt zowel de genetische moeder als de moeder die de zwangerschap draagt om iets van zichzelf terug te zien in de pasgeboren baby, wat de emotionele en fysieke band nog verder kan versterken.

De voordelen van de ROPA-methode bij gedeeld moederschap
De ROPA-methode is veel meer dan een medische techniek binnen de voortplantingsgeneeskunde. Het is een manier om het moederschap samen, bewust en op een evenwichtige manier te beleven. Naast het feit dat beide vrouwen actief betrokken zijn bij het ontstaan van hun baby, biedt de ROPA-methode verschillende voordelen:
- Een gedeelde band: één moeder levert het genetisch materiaal en de andere draagt de zwangerschap. Zo ontstaat er een sterke emotionele band tussen beide moeders en de baby.
- Gelijkwaardige betrokkenheid: beide vrouwen voelen zich vanaf het begin moeder, wat ervoor zorgt dat zij allebei actief betrokken zijn bij iedere fase van het traject.
- Een positieve emotionele ervaring: dankzij epigenetica kan de moeder die de zwangerschap draagt voelen dat zij ook biologisch bijdraagt aan de baby.
- Medische flexibiliteit: de ROPA-methode maakt het mogelijk om de beste optie te kiezen op basis van de reproductieve gezondheid van beide vrouwen. Daarom ondergaan beide partners verschillende medische onderzoeken, onder meer om de ovariële reserve, de kwaliteit van de eicellen, de algemene gezondheid en de genetische compatibiliteit te beoordelen. Uiteindelijk beslist het koppel zelf welke rol iedere vrouw in het traject op zich neemt.
Kortom, de ROPA-methode maakt het niet alleen mogelijk dat twee vrouwen het moederschap samen delen, maar laat dankzij epigenetica ook zien dat biologische invloed verder gaat dan alleen DNA.
Een nieuw recht voor gezinnen met twee moeders
Naast deze bijzondere meerwaarde van de ROPA-methode is er in Spanje ook een belangrijke juridische verandering doorgevoerd. Vrouwenkoppels hoeven niet langer getrouwd te zijn om hun zoon of dochter in te schrijven bij de burgerlijke stand wanneer het kind geboren wordt na een behandeling met medisch begeleide voortplanting.
Dat betekent dat beide moeders vanaf het eerste moment juridisch erkend kunnen worden, enkel op basis van hun toestemming, zonder extra procedures of gerechtelijke stappen. Deze ontwikkeling biedt rust, zekerheid en volledige erkenning aan diverse gezinnen en sluit aan bij het emotionele en biologische pad dat de ROPA-methode al mogelijk maakt.
Enkele misverstanden om rekening mee te houden
Hoewel de ROPA-methode steeds bekender wordt, bestaan er nog altijd misverstanden en twijfels die belangrijk zijn om op te helderen.
“De baby zal alleen op de genetische moeder lijken.” Niet waar. Beide moeders spelen een belangrijke rol: de ene genetisch, de andere biologisch en epigenetisch. Bovendien kan de keuze voor een spermadonor met kenmerken die lijken op die van de moeder die de zwangerschap draagt, ervoor zorgen dat de baby op beide moeders lijkt.
“De moeder die geen eicellen levert, heeft geen biologische band met de baby.” Ook dat klopt niet. De moeder die de zwangerschap draagt, heeft een diepe invloed op de expressie van genen, maar ook op de gezondheid en ontwikkeling van de baby.
“Zonder genetische bijdrage is er geen echte band.” Niet waar. De wetenschap heeft aangetoond dat de omgeving in de baarmoeder voor veel eigenschappen van de baby net zo bepalend kan zijn als het DNA zelf. De band tussen de zwangerschapsmoeder en haar baby gaat dus veel verder dan genetica alleen.
“De ROPA-methode is ingewikkeld of experimenteel.” Integendeel. De ROPA-methode is een beproefde, veilige techniek waar steeds meer vraag naar is, en die breed wordt ondersteund door de medische gemeenschap.
Kortom, de ROPA-methode geeft beide vrouwen binnen een koppel de mogelijkheid om het moederschap samen te beleven en tegelijk een fysieke en emotionele band met hun baby op te bouwen. Dankzij genetica, epigenetica en een persoonlijke selectie van de spermadonor kunnen we vandaag zeggen dat de pasgeboren baby op beide moeders kan lijken.
Overwegen jullie gedeeld moederschap? Hebben jullie nog vragen over op wie de baby lijkt bij de ROPA-methode? Bij Clínica Tambre beantwoorden we graag al jullie vragen. Wij beschikken over een eigen spermabank, waardoor we de meest geschikte donor kunnen selecteren en zo een grotere fenotypische gelijkenis met beide moeders kunnen bevorderen. Neem contact op met Tambre en plan jullie eerste consult met ons team van specialisten in voortplantingsgeneeskunde. Samen bekijken we hoe we jullie kunnen begeleiden op jullie weg naar gedeeld moederschap.
